Geef dit boek een plaats in je vakgroep Nederlands

Terug naar overzicht
Tip van Daphne, docent Nederlands

Tip van Daphne, docent Nederlands

03 juli 2026
In de nieuwe kerndoelen wordt historische letterkunde voor het eerst voor leerlingen van alle niveaus voorgeschreven. Het recent verschenen boek Oude teksten voor jonge lezers van Joke Brasser laat zien hoe je dit aanpakt met leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Aan de hand van concrete lessenreeksen zet Brasser uiteen hoe je oude teksten onderwijst naast jeugdliteratuur en poëzie. Docent Nederlands Daphne Bynens las het boek en zag direct de meerwaarde ervan.

Joke Brasser – Oude teksten voor jonge lezers

Daphne: “Hoe maak je oude literatuur betekenisvol voor leerlingen van vandaag? Het is een vraag waar veel docenten Nederlands mee worstelen. In Oude teksten voor jonge lezers biedt Joke Brasser een schat aan ideeën om die brug te slaan. Wat mij vooral aanspreekt, is dat het boek een sterke didactische onderbouwing combineert met concrete werkvormen die je meteen kunt inzetten of verder kunt uitbouwen binnen je eigen lespraktijk.”

Leerlijnen

“Een grote meerwaarde vind ik de manier waarop Brasser horizontale en verticale leerlijnen zichtbaar maakt. Ze toont hoe oude teksten niet op zichzelf staan, maar verbonden kunnen worden met andere teksten, thema’s en historische periodes. Daardoor ontstaat een rijke leeservaring waarin leerlingen verbanden leren leggen tussen verleden en heden. Het boek nodigt bovendien voortdurend uit om verder te denken en bestaande lessenreeksen uit te breiden.”

“Direct inzetbaar kant-en-klaar materiaal verlaagt de drempel om met literaire gesprekken aan de slag te gaan in de klas.”

Chambers

“Daarnaast verwijst Brasser naar degelijk bronnenmateriaal, relevante artikelen en belangrijke stemmen binnen het literatuuronderwijs.

Vooral haar bespreking van Aidan Chambers sprak mij aan. Ze haalt diens vier vaste openingsvragen aan die het startpunt vormen voor het construeren van een diepere betekenis van een verhaal. Daarbij krijgt de docent een actieve rol: het is aan de leraar om interpretaties uit te lokken, leerlingen terug naar de tekst te leiden en hen te stimuleren hun antwoorden te onderbouwen. Zo ontstaan gesprekken waarin leerlingen leren redeneren vanuit tekstbewijzen. Ook het genre, de historische context en de relatie met andere teksten worden betrokken.

Wat ik daarbij sterk vind, is dat Brasser de theorie meteen vertaalt naar de praktijk. Ze giet deze basisvragen in een overzichtelijke placemat die je meteen kunt inzetten in de klas. Dat soort kant-en-klaar materiaal verlaagt de drempel om met literaire gesprekken aan de slag te gaan.”

Bestaande lespraktijken uitbouwen

“Wat ik mooi vind, is dat het boek voortdurend mogelijkheden biedt om verder te bouwen op bestaande lespraktijken. Bij de uitwerking rond Mariken van Nieumeghen stelt Brasser bijvoorbeeld voor om de beroemde vloekscène samen met leerlingen te vertalen. Dat lijkt mij een interessante uitbreiding van onze eigen lessenreeks rond het middeleeuwse theater en de cultuurhistorische context van het verhaal.

Vloeken is bovendien een onderwerp dat leerlingen meteen herkennen uit hun eigen leefwereld. Juist daardoor vormt het een laagdrempelige ingang tot een eeuwenoude tekst. Door samen te onderzoeken hoe mensen vroeger vloekten, welke woorden werden gebruikt en waarom die als schokkend werden ervaren, ontdekken leerlingen dat taal en maatschappelijke normen voortdurend veranderen. Tegelijk bouwen ze voort op hun eigen voorkennis en nieuwsgierigheid. Door leerlingen zelf met de oorspronkelijke tekst aan de slag te laten gaan, wordt de historische afstand veel kleiner en krijgt de tekst meer betekenis.”

Intertekstualiteit

“Ook Brassers schema waarmee verschillende verleidingsscènes uit de literatuur met elkaar worden vergeleken, biedt mogelijkheden om intertekstueel te werken. Leerlingen ontdekken hoe bepaalde motieven doorheen de literatuurgeschiedenis blijven terugkeren, hoe auteurs elkaar beïnvloeden en hoe verhalen telkens opnieuw worden aangepast aan een andere tijdsgeest. Zulke vergelijkingen maken oude literatuur actueel en laten leerlingen ervaren dat literatuur een voortdurend gesprek is tussen teksten.”

Der naturen bloeme

“Verder herkende ik raakvlakken met het materiaal dat ik zelf ontwikkelde rond Der naturen bloeme. De koppeling tussen middeleeuwse fabeldieren en de magische wezens uit Harry Potter toont hoe relevant historische literatuur kan worden wanneer je verbindingen maakt met de leefwereld van leerlingen. Ook op dat vlak biedt Oude teksten voor jonge lezers inspirerende voorbeelden die uitnodigen om verder te experimenteren. Het bevestigt bovendien dat oude teksten vaak veel dichter bij de interesses van leerlingen staan dan we op het eerste gezicht denken.”

“Dit boek leert ons hoe we leerlingen kunnen laten ervaren dat oude teksten nog altijd iets te vertellen hebben.”

Levende teksten

“Wat mij uiteindelijk het meest overtuigt, is dat Oude teksten voor jonge lezers oude literatuur benadert als iets levends. De aandacht voor kerndoelen, de sterke theoretische onderbouwing en de vele praktische voorbeelden zorgen ervoor dat je als docent niet alleen inspiratie opdoet, maar ook meteen concrete ideeën krijgt om in de klas uit te proberen dankzij de uitgewerkte schema’s en werkvormen. Het boek toont hoe oude teksten geen stoffige relikwieën hoeven te zijn, maar een rijke bron kunnen vormen voor gesprekken, verwondering, interpretatie en literair denken. Voor docenten die op zoek zijn naar concrete handvatten én een stevige didactische basis, is dit een boek dat absoluut de moeite waard is.

Oude teksten voor jonge lezers laat zien wat goed literatuuronderwijs vermag: bruggen slaan tussen verleden en heden, tussen oude verhalen en nieuwe lezers. Zodra leerlingen ontdekken dat een middeleeuwse vloek, een verleidingsscène of een fabeldier verrassend dicht bij hun eigen leefwereld staat, blijkt historische literatuur plots minder ver weg dan gedacht.

Misschien is dat wel de grootste verdienste van dit boek: het leert ons niet hoe we oude teksten moeten onderwijzen, maar hoe we leerlingen kunnen laten ervaren dat die teksten nog altijd iets te vertellen hebben.”

Geen pasklaar recept

“Hoe maak je oude literatuur betekenisvol voor leerlingen van vandaag? Oude teksten voor jonge lezers geeft daarop geen pasklaar recept, maar wel iets waardevollers: een stevige didactische basis, inspirerende voorbeelden en concrete werkvormen waarmee elke vakgroep Nederlands onmiddellijk aan de slag kan.”

Winactie

Wij mogen een exemplaar weggeven van Oude teksten voor jonge lezers! Wil je kans maken op dit boek? Deel dan met ons hoe jij na de zomervakantie van plan bent het literatuuronderwijs en lezen in de klas weer op te gaan pakken. Hoe zorg jij voor een sterke start van het jaar op leesgebied? We zijn benieuwd en zien je tip graag tegemoet!

Deel je tip

Deel deze tip via:

Deze tips zul je ook leuk vinden

Versterk het taalgebruik, ga van DAT naar CAT

Versterk het taalgebruik, ga van DAT naar CAT

Column van Marieke Willems, docent Biologie

Naar de tip
Een iconisch Frans boek!

Een iconisch Frans boek!

Tip van Valerie, docent Frans

Naar de tip
Maak lezen leuker met Hebban in de Klas

Maak lezen leuker met Hebban in de Klas

Tip van Karin Bennink, curriculumontwikkelaar en docent Nederlands

Naar de tip
Lezen met luisterboeken

Lezen met luisterboeken

Tip van Ben, docent Nederlands

Naar de tip
Maak harde feiten invoelbaar met een boek

Maak harde feiten invoelbaar met een boek

Column van Marieke Willems, docent Biologie

Naar de tip
Zo praten leerlingen ook

Zo praten leerlingen ook

Tip van Ben, docent Nederlands

Naar de tip
Maak het persoonlijk

Maak het persoonlijk

Tip van Ramtin, docent Nederlands

Naar de tip