Maak harde feiten invoelbaar met een boek

Maak harde feiten invoelbaar met een boek

Terug naar overzicht
Column van Marieke Willems, docent Biologie

Column van Marieke Willems, docent Biologie

Bij alle vakken moet aandacht zijn voor lezen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Zo merkt ook Marieke Willems, docent biologie op het Panora Lyceum en mede-organisator van de Tienerleesweek. De vraag blijft haar als boekenwurm bezighouden: hoe maak je lezen nou echt een onderdeel van je zaakvak? Waar vind je goede teksten, welke werkvormen zet je in? Voor Springlezend schrijft ze over haar zoektocht. Dit keer probeerde Marieke iets waar haar het zweet van uitbrak.

Hoogrode konen, trillende handen, oksels natter dan de Waddenzee vlak voor de les begint. Ik sta al ruim een decennium voor de klas, waarom die zenuwen? Het ligt niet aan de klas, deze 5 vwo’ers en ik: we kennen elkaar. Een aantal leerlingen geef ik al meerdere jaren les, ze weten dat ze bij mij het onverwachte kunnen verwachten.

Precies daar zijn de zenuwen voor. Ik sta op het punt iets nieuws te proberen. Nieuw voor mij dan, want veel collega’s Nederlands doen dit dagelijks. Ik ga namelijk voorlezen. Dit keer duiken we niet in fotosynthese of zuurstofverzadigingsdiagrammen, maar in literatuur. Als biologiedocent voelt dit onwennig: waarom wil ik dit ook alweer doen?

Het belang van lezen

Ik weet dondersgoed waarom. Lezen en literatuur zijn belangrijk, om een verscheidenheid aan redenen. Zo vergroot het bijvoorbeeld je empathisch vermogen. Veel van mijn 5 vwo-leerlingen willen graag arts worden. Zonder inlevingsvermogen gaat dat niet. (Oké, misschien wel, maar of je dan een goede arts kunt worden? Dat is weer een andere discussie.)

Normaal gesproken sta ik uit te leggen hoe neuronen werken, in plaats van leerlingen te wijzen hoe ze hun inlevingsvermogen kunnen ontwikkelen. Als start van het hoofdstuk Zenuwen heb ik besloten het dit keer anders te doen. Ik ga leerlingen fragmenten voorlezen uit Hersenschimmen (1984) van J. Bernlef, geleend uit onze mediatheek. Een stuk aan het begin, stukjes halverwege en een stuk aan het einde. Dat boek maakte diepe indruk op me toen ik het zelf las voor mijn lijst.

Als biologiedocent voelt dit onwennig: waarom wil ik dit ook alweer doen?

Waar gaat Hersenschimmen over?

Voor wie het boek niet kent: Hersenschimmen van J. Bernlef gaat over het mentaal verval van een dementerende man, Maarten Klein, die samen met zijn vrouw Vera in Canada woont. Aan het begin van het boek is er weinig aan de hand, hij geniet van zijn pensioen en wandelt met de hond. Hoe verder het boek vordert, hoe slechter het met hem gaat. Eerst is het nog relatief onschuldig, zo vergeet hij dat hij al met pensioen is, maar later vertrekt hij midden in de winter zonder jas. Aan het eind van het boek lijkt het of hij alleen indrukken binnenkrijgt. Hij kan geen volledige zin meer uitdenken.

Wat me vooral raakte is dat hij steeds meer Engels vergeet. Hij kan zich dus steeds minder uitdrukken en hij raakt steeds meer verward. Uiteindelijk herkent hij zijn eigen vrouw niet meer, en denkt soms dat ze zijn moeder is. Het boek begint met een winters landschap, wat daar ook heel mooi bij past. Aan het einde wordt het lente.

Door boeken maken leerlingen zich een voorstelling van onderwerpen bij biologie. Tegelijkertijd ondersteunt vakkennis begrip van het boek: zo krijg je een mooie wisselwerking.

Het lezen integreren in het zaakvak

De les liep beter dan verwacht, al zullen de leerlingen mijn zenuwen ook opgemerkt hebben. Ik las ze enkele alinea’s voor. Korte stukjes, maar zorgvuldig gekozen. Zo las ik een stuk voor (op pagina 188 van de 220 in mijn editie) waar Maarten denkt dat ze net bevrijd zijn, en hij Doctor Eardly ontmoet. Hij is trots dat hij in vloeiend Engels kan praten met deze officier. Doctor Eardly zijn wij als lezers al vaak genoeg tegengekomen in dit boek, en elke keer gaat het slechter met Maarten.

Daarna bespreek ik het stuk met de leerlingen:

Wat is er veranderd aan Maarten?
Hoe denkt hij nog?
Heb je medelijden met hem?

Vaak genoeg zijn er leerlingen die ervaring hebben met dementie. Misschien dan het boek hen in dat geval troost kan bieden, omdat het herkenning biedt. Mogelijk is het confronterend. Voor andere leerlingen die, net als ik op die leeftijd, nog weinig te maken hebben gehad met dementie, is het een manier om er kennis mee te maken.

Hoe belangrijk is neurologisch onderzoek, wanneer we weten dat dit het gevolg kan zijn?
Hoe kun je compassie hebben voor een vriendin, die vertelt dat haar oma dementeert?

Door boeken kunnen mijn leerlingen zich een voorstelling maken van de onderwerpen die we behandelen. Tegelijkertijd ondersteunt de vakkennis in dit geval het begrip van het boek, zo krijg je een mooie wisselwerking.

Depolariserende werking

Een biologische vergelijking: als we het hebben over zenuwen, dan moet je het hebben over polarisatie. Zenuwcellen hebben namelijk een negatieve lading, dan zijn ze gepolariseerd. Als ze een impuls geleiden, verliezen ze tijdelijk die lading, dat noemen we depolarisatie. Polarisatie heeft natuurlijk ook een maatschappelijke betekenis: groepen mensen denken in ‘wij/zij’ waarbij tegenstellingen uitvergroot worden. Lezen geeft ons als mens ook de kans om te depolariseren. We leren ons beter in te leven in anderen, en zo raken we onze polarisatie kwijt.

Lezen maakt de feiten invoelbaar

Literatuur maakt de harde, koude feiten invoelbaar. Het laat zien dat er meer is dan saltatoire impulsgeleiding, hoe interessant die ook is. De boeken en verhalen tonen ons dat we niet alleen moeten openstaan voor kennis en daarmee je examens halen, maar dat er als mens op veel meer manieren te groeien is. Ik hoop dat ik leerlingen dat heb kunnen meegeven in deze les. Wie weet pakken ze dit boek als volgende voor op hun lijst?

Dit was voor mij helemaal nieuw, lesgeven met het voorlezen van fictie. Ik denk dat ik dit vaker ga doen. Misschien lukt het dan zónder trillende stem en dito handen.

Deel deze tip via:

Deze tips zul je ook leuk vinden