Vergeet de mindmap, gebruik een concept map!

Terug naar overzicht
Column van Marieke Willems, docent Biologie

Column van Marieke Willems, docent Biologie

09 juli 2026

Bij alle vakken moet aandacht zijn voor lezen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Zo merkt ook Marieke Willems, docent biologie op het Panora Lyceum en mede-organisator van de Tienerleesweek. De vraag blijft haar als boekenwurm bezighouden: hoe maak je lezen nou echt een onderdeel van je zaakvak? Waar vind je goede teksten, welke werkvormen zet je in? Voor Springlezend schrijft ze over haar zoektocht. Dit keer iets waar Marieke een hekel aan heeft, én iets waar ze van houdt.

Ik heb een grondige hekel aan mindmaps. There, I said it. Vloeken in de kerk van het onderwijs lijkt het. Een hiërarchische weergave van gelezen kennis over een bepaald onderwerp, vaak mooi weergegeven, is volgens mij geen nuttige oefening. Toch zie ik dat veel leerlingen én collega’s ervan smullen. Waarom? Omdat het overzichtelijk is. Een groot onderwerp opgesplitst naar steeds kleinere onderwerpen om zo uit te komen op de details. Je krijgt de illusie dat je leerling de tekst heeft begrepen, omdat hij/zij/hen deze heeft geherstructureerd.

Dwarsverbanden

Als biologiedocent zie ik dat de teksten in de boeken van de leerlingen soms al zijn opgesplitst naar leerdoel. Het is dus al erg overzichtelijk: één onderwerp per (sub) stukje tekst. Dat maakt een mindmap een invuloefening, waarbij werkelijk begrip niet persé nodig is. Het lijkt wel een oefening begrijpend lezen.
Ik erger me aan mindmaps omdat ik weet dat kennis niet altijd van groot naar klein in te vullen is. Er zijn heel veel dwarsverbanden te leggen, en juist die zijn interessant. We willen niet dat leerlingen enkel een paragraaf kennen, maar dat ze de kennis uit de paragraaf zich eigen maken en die functioneel kunnen koppelen met eerder opgedane kennis en ervaring.

Alternatief: concept map

Gelukkig is er een alternatief voor de mindmap die dat stimuleert. Eén waar ik wél heel enthousiast over ben: een concept map. Daarbij maken je leerlingen veel meer verbindingen én moeten zij ook opschrijven wat die verbindingen precies zijn. Denk bijvoorbeeld aan: oorzaak/gevolg, is onderdeel van, … verandert als… Denk bijvoorbeeld aan het concept ‘energie’. Een bioloog weet dat planten aan fotosynthese doen in het licht en altijd aan verbranding. In een concept map zien deze relaties er als volgt uit:

Door een concept map te maken, maken je leerlingen een veel complexer netwerk. Ik vergelijk het altijd met een neuraal netwerk: begrippen zijn niet geïsoleerd opgeslagen in je hoofd, maar zijn gekoppeld aan andere begrippen.

Maak leerlingen bewust van hun ‘missende kennis’

Maar het kan nóg beter. Ik was De zeven pijlers van begrijpend lezen (2022) van Stichting Lezen aan het lezen. In deze publicatie gaat hoofdstuk 2 over werken aan het opbouwen van kennis. Onderzoekers Marloes van Moort, Anne Helder en Paul van den Broek leggen uit dat als je een tekst leest, je die kennis samenhangend in je hoofd wil krijgen. Dat noem je een mentale representatie van de tekst, waarbij je gelijk ook de nieuwe kennis koppelt aan je voorkennis. Als je bijvoorbeeld een tekst leest over de stikstofkringloop, dan weet je bijvoorbeeld misschien al wel dat er een stikstofcrisis is, ook al staat dat niet in de tekst genoemd.

Het plaatje wat ik tegenkwam in De zeven pijlers van begrijpend lezen was voor mij een eye-opener: de ontbrekende kennis is er ook bij gezet! Soms kun je namelijk niet direct twee begrippen uit een tekst aan elkaar linken, maar alleen met een tussenlink.

 

Mies laat een bananenschil vallen. Fatima glijdt uit. Wat is het logische verband? Bananenschillen zijn glad, dat haal je uit je voorkennis en eigen ervaringen. Dat is dus een derde blokje kennis, wat miste in deze context. Teksten die je leerlingen lezen, staan vol met dit soort aannames. Ze bewust maken van ‘missende kennis’ die niet expliciet in de tekst staat, helpt ze een beter tekstbegrip op te bouwen.

Hoe meer connecties, hoe rommeliger

Laten we als voorbeeld de evolutietheorie nemen, waarin genoeg missing links te vinden zijn. Idealiter behandel je dit onderwerp nadat leerlingen een basisbegrip van DNA en erfelijkheid hebben, zodat ze beter begrijpen hoe variatie kan ontstaan (namelijk door mutaties, die verschillende allelen vormen). Deze links worden niet altijd expliciet in de lesboeken genoemd, maar als een leerling ze zelf vindt zijn het echte aha-erlebnissen.

Een mooi voorbeeld van een concept map die bij Marieke Willems in het lokaal hangt. 

Om af te sluiten, ook even één groot nadeel van concept-maps. Waar een mindmap geordend en gestructureerd is, zijn conceptmaps vaak rommelig. Hoe meer connecties je maakt, hoe meer lijntjes en dus hoe rommeliger. Toch hebben je leerlingen er vaak hele duidelijke verhalen bij, en dat is het belangrijkste. Begrijpen de leerlingen de tekst nu? Hebben ze het kunnen koppelen aan kennis die ze al hebben? Missie geslaagd.

Lestips voor bij het maken van een concept map

  1. Krantenartikel: Om het lezen nog beter te integreren in je les, zou je leerlingen ook eerst een concept map kunnen laten maken over het onderwerp waar je aan werkt. Daarna geef je ze een recent krantenartikel te lezen over hetzelfde onderwerp. Welke connecties in je conceptmap worden ook gemaakt? Die kunnen de leerlingen met een andere kleur aangeven. Ook kunnen ze nieuwe connecties opschrijven. Zo werk je met rijke teksten én dieper begrip.
  2. Kennis van het afgelopen jaar: Als start van het jaar kun je de de hoofdonderwerpen van het afgelopen jaar kunnen geven, met de opdracht daar een concept map over te maken. Welke connecties kunnen leerlingen nog maken? Lukt het hen om buiten de hoofdstukken om connecties te vinden? Dit is meteen een goede check om te zien hoeveel is blijven hangen.
  3. Missende connecties: Tegenwoordig laat ik leerlingen dus missende connecties onderzoeken, waardoor ze dieper in de tekst duiken én hun eigen kennis bevragen. Als je leerlingen figuur 2.2 laat zien, inclusief voorbeelden, dan begrijpen zij heel goed dat er meer connecties te vinden zijn. Tijdens het maken van de opdracht loop ik rond en daag ik de leerlingen uit om connecties te zoeken tussen begrippen die ik op dat moment aanwijs. Omdat ze heel visueel werken kun je makkelijk inspringen en meedenken met de groepjes. Goede connecties benoem ik klassikaal zodat anderen dat ook als goed voorbeeld kunnen gebruiken.

Deel deze tip via:

Deze tips zul je ook leuk vinden