Zo start je een boekenclub voor docenten

← Terug naar overzicht
Column van Else Boer, auteur en docent Nederlands

Column van Else Boer, auteur en docent Nederlands

09 september 2026

In mijn klaslokaal doe ik met boekenposters en leesplankjes mijn best om leerlingen enthousiast te maken over boeken, maar die vallen de meesten na twee keer niet meer op. Om leerlingen aan het lezen te krijgen, is het belangrijk dat er op school een ‘leesklimaat’ bestaat. Een manier om daar een bijdrage aan te leveren is door een boekenclub op te richten voor alle geïnteresseerde docenten.

Taaldocenten zijn niet de enige die lezen belangrijk (en leuk!) vinden: 94% van alle docenten vindt het stimuleren van lezen belangrijk. Een boekenclub met andere docenten is makkelijke, laagdrempelige manier om meer over boeken te praten en leerlingen het goede voorbeeld te geven.

Zien lezen, doet lezen
Dat goede voorbeeld is ontzettend belangrijk. Andere dingen waarvan we willen dat kinderen ze leren, doen we óók voor: je spullen opruimen, gedag zeggen, je stoel aanschuiven voor je weggaat. Bij lastige lesstof is modelen (voordoen hoe je een probleem of tekst aanpakt) een ontzettend effectieve manier om leerlingen mee te krijgen. Goede leesvoorbeelden in docenten hebben ook bewezen effect. Leraren zijn van groot belang in het stimuleren van het leesplezier bij leerlingen. Dat gebeurt onder andere door het praten over en aanraden van boeken, iets wat een boekenclub als vanzelf oproept.

Niet alleen taaldocenten
Een docent biologie of geschiedenis kan net zo goed een inspirerend leesvoorbeeld zijn als een docent Nederlands – sterker nog, juist omdat ze geen taaldocenten zijn, laten ze zien dat lezen de moeite waard is. Daarnaast besteden docenten die in hun vrije tijd lezen en een positieve houding hebben ten opzichte van lezen meer aandacht aan leesbevorderende activiteiten, zoals voorlezen in de klas of het aanraden van boeken. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Hoe vind je leden voor de boekenclub?
Goed idee dus, zo’n boekenclub, maar hoe zet je er een op? In mijn geval begon het bij een gesprek in de personeelskamer met een paar geïnteresseerde docenten. Een oproep op SharePoint leverde enthousiaste reacties op en de boekenclub was geboren. En inmiddels breidt de club zich na elk gelezen boek uit, met een mooie mengelmoes van bèta’s, gamma’s, OP’ers en de talensecties (al zijn de Neerlandici iets oververtegenwoordigd). Collega’s vinden voor de club zal op de meeste scholen geen probleem zijn: maar liefst zes op de tien Nederlanders zou meer willen lezen.

Wat gaat de boekenclub doen?
Als je eenmaal leden hebt, kan je besluiten hoe, wat en wanneer je leest. Dat zal per boekenclub verschillen. Onze boekenclub wilde graag in verschillende genres lezen, en dus laten we na elke bijeenkomst een online rad draaien om te beslissen welk genre we de volgende keer lezen. Daarnaast proberen we elke bijeenkomst een datum te vinden voor de volgende bijeenkomst: de planning is soms nog de grootste uitdaging. Eens in de zes tot acht weken lijkt tot nu toe het beste ritme. Lang genoeg om het boek te lezen, maar niet zó lang dat je vergeet dat je erin bezig was.

En wat bespreek je dan? In onze boekenclub beginnen we met onze eigen mening, en dan gaat het al snel over de goede of slechte aspecten van een boek. De vraag of het boek voor leerlingen geschikt zou zijn, komt meestal ook aan de orde. In veel populaire romans staan boekenclubvragen om het gesprek op gang te brengen. Maar de eenvoudigste vraag is toch: ‘Wat vond je ervan?’

Natuurlijk hoeft lezen niet voor elke docent een hobby te zijn, maar een boekenclub laat zien dat het ook geen nichebezigheid is die voorbehouden is aan taalnerds. Lezen is een belangrijk (en plezierig) onderdeel van het leven, en het is de moeite waard om er tijd aan te besteden.

Bronnen van genoemde cijfers en onderzoeken: Inspectie van het Onderwijs, 2022, CPS Onderwijsontwikkeling, 2016, Stichting Lezen, 2025, Stichting Lezen, 2024, MMA Trendreport, 2023.

Deel deze tip via:

Deze tips zul je ook leuk vinden